ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5588
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Kempen
- Lückers
- Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling vader en minderjarige na eerdere ontzegging
De vader was door een beschikking uit 1996 het recht op omgang met zijn minderjarige dochter ontzegd. In hoger beroep verzocht hij het hof deze beschikking te vernietigen en een omgangsregeling vast te stellen. De voogd had in 2010 ingestemd met een bezoek- en belregeling, die later stopgezet werd, maar medio 2011 weer werd toegezegd. De vader stelde dat de omstandigheden die tot ontzegging leidden inmiddels waren gewijzigd en dat het contact voor de emotionele ontwikkeling van de minderjarige belangrijk was.
Jeugdzorg gaf aan dat de minderjarige cognitief redelijk functioneert maar emotioneel op het niveau van een negenjarige is, en dat het contact met ouders moeizaam verloopt. De minderjarige wilde wel begeleid contact met haar vader, maar reageerde soms agressief bij afzeggingen. De raad voor de kinderbescherming was niet aanwezig, en de moeder verscheen niet op zitting.
Het hof oordeelde dat de ontzeggingsgronden uit artikel 1:377a BW niet langer aanwezig zijn en dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang. Jeugdzorg had onvoldoende onderbouwd waarom omgang niet in het belang van het kind zou zijn. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en stelde een omgangsregeling vast waarbij de vader de minderjarige eenmaal per maand mag bezoeken en eenmaal per week telefonisch contact mag hebben, met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere ontzegging en stelt een omgangsregeling vast met maandelijkse bezoeken en wekelijks telefonisch contact.