ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6248
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van de Poll
- Willems
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid grootmoeder in verzoek omgangsregeling met minderjarige wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank die een omgangsregeling tussen de grootmoeder en de minderjarige had vastgesteld. De moeder betwist de ontvankelijkheid van de grootmoeder en voert aan dat er geen nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen grootmoeder en minderjarige, mede gelet op het feit dat het laatste contact dateert van eind 2007 en de oppasregeling feitelijk nauwelijks is nageleefd.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg zijn bij de procedure betrokken en adviseren voorzichtigheid bij de omgangsregeling. De moeder stelt dat omgang op dit moment niet in het belang van de minderjarige is en verzet zich tegen begeleiding door het omgangshuis.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:377a BW omgang alleen kan worden toegewezen indien sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Gezien het beperkte contact in het verleden en het ontbreken van bijkomende omstandigheden, concludeert het hof dat deze nauwe persoonlijke betrekking ontbreekt.
Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en verklaart de grootmoeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot omgang. Het hof wijst het meer of anders verzochte af, maar benadrukt dat het de grootmoeder vrij staat om contact te zoeken, bijvoorbeeld met verjaardagskaarten, en dat de minderjarige indien gewenst contact kan zoeken met de grootmoeder.
Uitkomst: Het hof verklaart de grootmoeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot omgang en wijst het verzoek af wegens ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.