ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6259
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Labohm
- Mollema-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en beoordeling benadeling volgens artikel 1:164 BW
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding centraal, waarbij de man stelt dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld door het opnemen van € 12.070,- van de gezamenlijke rekening. De vrouw erkent contante opnames maar voert aan dat een deel gestolen is en de rest aan levensonderhoud is besteed.
Het hof overweegt dat voor benadeling in de zin van artikel 1:164 lid 1 BW Pro sprake moet zijn van lichtvaardig gemaakte schulden of verspilling van gemeenschapsgoederen zonder redelijke grond. De vrouw was bestuursbevoegd en er is geen bewijs dat zij zonder redelijke grond handelde. De aangifte van diefstal van € 6.000,- is aannemelijk en de overige uitgaven aan levensonderhoud zijn plausibel.
Verder wijst het hof het verzoek van de man af om de inboedel volledig te verdelen, omdat onvoldoende inzicht is gegeven in de waarde van de nog gewenste goederen en omdat partijen afspraken hadden gemaakt over de verdeling van persoonlijke spullen.
De beschikking van de rechtbank wordt bevestigd en de verzoeken van de man worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de verdeling van de huwelijksgemeenschap zonder vergoeding van vermeende benadeling.