ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6636
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stollenwerck
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling huwelijksgemeenschap en afwijzing verzoek onroerend goed in hoger beroep
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding. De rechtbank had de inboedel aan de vrouw toegedeeld met een restwaarde van € 5.000,- en de vrouw veroordeeld tot betaling van € 2.500,- aan de man wegens overbedeling. Tevens was onduidelijkheid over de toedeling van een appartement in het buitenland.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling te laat is ingediend en wijst dit af. De vrouw en haar advocaat zijn niet verschenen bij de zitting. Het hof bevestigt de waarde van de inboedel zoals vastgesteld door de rechtbank, gelet op de gebruikelijke afschrijving van inboedelgoederen.
Ten aanzien van het appartement in het buitenland stelt het hof vast dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat dit onroerend goed tot de huwelijksgemeenschap behoort. Ook is niet aangetoond dat de man een geldvordering op zijn vader heeft die tot de gemeenschap zou behoren. Het hof wijst dit verzoek af en bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover het oordeel aan het hof is onderworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verdeling van de huwelijksgemeenschap en wijst het hoger beroep af.