ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ8326
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Roelvink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing omgangsregeling tussen vader en minderjarigen
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen heeft afgewezen. De moeder verzet zich tegen het verzoek en stelt dat het niet in het belang van de kinderen is om een omgangsregeling op te leggen gezien het verleden en de emoties van de kinderen.
De rechtbank had geoordeeld dat de vader herhaaldelijk zijn afspraken niet is nagekomen en niet wil meewerken aan omgangsbegeleiding, waardoor hij zijn eigen belangen boven die van de kinderen stelt. Dit veroorzaakt onzekerheid en teleurstelling bij de kinderen. In hoger beroep heeft de vader geen grieven tegen deze overwegingen ingebracht en is hij niet verschenen op de zitting.
Het hof concludeert dat de vader geen blijk heeft gegeven van een noodzakelijke verandering in zijn houding ten opzichte van de omgang met de kinderen en bekrachtigt daarom de bestreden beschikking. Het verzoek van de moeder om de vader in de proceskosten te veroordelen wordt afgewezen vanwege de familierechtelijke aard van de procedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen vader en minderjarigen.