ECLI:NL:GHSGR:2012:CA1278
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Otter
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad kinderalimentatie wegens betwisting draagkracht en behoefte
In deze zaak is in hoger beroep de schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een beschikking inzake kinderalimentatie aan de orde. De vader betwist de vastgestelde draagkracht en de berekening van de behoefte van de minderjarige, met name omdat de rechtbank uitging van vermeende zwarte inkomsten die hij ontkent.
De moeder ontvangt een WWB-uitkering en is volgens het hof in staat in de feitelijke behoefte van de minderjarige te voorzien. De vader stelt dat hij financieel niet in staat is de vastgestelde bijdrage te voldoen zonder in een noodtoestand te geraken.
Het hof overweegt dat de rechtbank bij gebrek aan volledig inzicht in de inkomsten van de vader heeft aangenomen dat er sprake is van zwarte inkomsten van €800 netto per maand, maar acht deze onderbouwing summier. Daarom is het mogelijk dat sprake is van een feitelijke misslag, wat aanleiding geeft tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad boven €150 per maand totdat de hoofdzaak is beslist.
De moeder heeft belang bij directe betaling, maar het belang van de vader bij het voorkomen van financiële nood weegt zwaarder voor het deel boven €150. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: De uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt geschorst voor het bedrag boven €150 per maand totdat het hoger beroep is beslist.