ECLI:NL:GHSHE:1996:AA4344
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke aftrek buitengewone lasten bij co-ouderschap en kinderbijslag
Belanghebbende, die in 1992 co-ouderschap had over zijn kind B, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting waarin zijn aftrek wegens buitengewone lasten voor het levensonderhoud van B werd betwist. De Inspecteur had het belastbaar inkomen verhoogd en de aftrek beperkt, mede vanwege de uitbetaling van kinderbijslag aan de ex-echtgenote.
Tijdens de procedure erkende de Inspecteur dat de berekening van de aanvullende alleenstaande-ouderaftrek onjuist was en verhoogde deze. Het Hof oordeelde dat belanghebbende, ondanks dat de kinderbijslag aan de ex-echtgenote was uitbetaald, recht had op aftrek wegens buitengewone lasten omdat hij B in belangrijke mate had onderhouden.
Het Hof stelde vast dat de wettelijke regelingen omtrent samenloop van kinderbijslag niet van toepassing waren op deze situatie van co-ouderschap. Daarom moest de aanslag worden verminderd tot het oorspronkelijk door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen met een verhoogde belastingvrije som. Het beroep werd gegrond verklaard en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1992 wordt verminderd en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.