ECLI:NL:GHSHE:1997:AA4356
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- G.J. van Muijen
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gift in de vorm van termijn van lijfrente voor belastingaanslag 1994
Belanghebbende heeft zich in 1994 verplicht tot het doen van vijf jaarlijkse termijnen van elk fl. 250.000 aan het B Fonds, waarbij hij op de vervaldatum kon kiezen tussen contante betaling of het bedrag schuldig blijven met rente. Bij de belastingaanslag 1994 werd slechts het contant betaalde bedrag als gift in de vorm van termijn van lijfrente erkend, terwijl het schuldig gebleven deel niet werd erkend als gift.
Het geschil betrof de vraag of de volledige termijn van fl. 250.000 als gift in de vorm van termijn van lijfrente kon worden aangemerkt, dan wel slechts het contant betaalde deel, en of het schuldig gebleven deel als overige gift kon worden beschouwd. Het hof oordeelde dat vanwege het keuzerecht en het feit dat niet steeds een contante betaling plaatsvond, geen sprake was van een recht op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen zoals vereist voor een lijfrente.
Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat periodieke uitkeringen een geldsom moeten betreffen die daadwerkelijk is betaald of een prestatie die is gedaan. Het schuldig blijven van bedragen valt hier niet onder. Daarom kwalificeerde het hof de betalingen niet als een gift in de vorm van termijn van lijfrente. De aanslag is derhalve terecht vastgesteld en het beroep ongegrond verklaard.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat het beroep ongegrond was en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en oordeelt dat de betalingen niet kwalificeren als gift in de vorm van termijn van lijfrente.