ECLI:NL:GHSHE:1998:AA9147
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over aftrek kantoorruimte bij inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende, werkzaam als docent en consulent bij een hogeschool, had in 1995 kantoorruimte zowel thuis als elders. Hij stelde kosten van fl. 1.315,= voor de kantoorruimte in zijn woning aftrekbaar, maar de Inspecteur wees deze aftrek af, waardoor het belastbaar inkomen hoger werd vastgesteld.
Belanghebbende voerde aan dat ook toekomstige inkomsten uit sollicitatiewerkzaamheden in zijn thuiswerkruimte moesten worden meegeteld, waardoor hij aan het 'grotendeels-criterium' van artikel 36 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 zou voldoen. De Inspecteur betwistte dit standpunt.
Het Hof oordeelde dat alleen inkomsten uit arbeid en winst uit onderneming in het betreffende jaar meetellen en dat toekomstige inkomsten niet relevant zijn. Omdat belanghebbende slechts een deel van zijn inkomsten in de thuiswerkruimte verwierf en geen concreet verband bestond tussen de thuiswerkactiviteiten en toekomstige emplooi, werd de aftrek van de kosten afgewezen.
Het Hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees de vordering van belanghebbende af. Proceskosten werden niet toegewezen omdat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur was.
Uitkomst: Het Hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees de aftrek van kosten voor de kantoorruimte in de eigen woning af.