ECLI:NL:GHSHE:1998:AB0731
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van premies levensverzekering bij vaststelling successierecht
De zaak betreft het beroep van de erfgenaam tegen een aanslag in het recht van successie opgelegd door de Inspecteur. De erflater had premies betaald voor levensverzekeringen ten behoeve van zijn twee kleinkinderen, waarbij de kleinkinderen als verzekeringnemers en begunstigden optreden. Na het overlijden van de erflater stelde de erfgenaam dat deze premies als een last in de nalatenschap moesten worden beschouwd, vergelijkbaar met een testamentaire last.
Het hof oordeelt dat deze situatie niet gelijkgesteld kan worden met een testamentaire last, omdat het gaat om premiebetalingen ten gunste van reeds vóór het overlijden aangewezen personen. Volgens de heersende leer kan dit niet als een last worden aangemerkt. Ook de stelling dat er sprake zou zijn van een legaat door bevestiging of bekrachtiging door de erfgenaam wordt verworpen, omdat geen bewijs is geleverd dat de erfgenaam zich na overlijden van de erflater verplicht heeft deze premies te voldoen.
Het hof concludeert dat de Inspecteur terecht geen rekening heeft gehouden met deze premiebetalingen bij de vaststelling van de grondslag voor het recht van successie. De bestreden uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de premies voor levensverzekeringen niet als last of legaat in de nalatenschap worden betrokken voor de successierechten.