ECLI:NL:GHSHE:1998:AB0826
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag dividendbelasting ondanks fouten en beroep op beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende, raadslid van de Socialistische Partij en hulpverlener bij fiscale zaken, kreeg voor 1993 twee navorderingsaanslagen opgelegd met hetzelfde belastbaar inkomen. De eerste aanslag bevatte meerdere administratieve fouten, waaronder een onterechte verrekening van dividendbelasting. Deze fouten werden deels hersteld in de eerste navorderingsaanslag, maar leidden tot een tweede navorderingsaanslag waarin de ten onrechte verrekende dividendbelasting werd teruggevorderd.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet te kwader trouw was en dat de navordering in strijd was met het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel. Hij stelde dat hij niet tijdig werd gehoord en dat de motivering onvoldoende was. De inspecteur betoogde dat navordering zonder nieuw feit mogelijk is bij kwade trouw en dat artikel 16 lid 2 AWR Pro navordering van ten onrechte verrekende dividendbelasting toestaat.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet te kwader trouw was omdat hij de fouten niet bewust had veroorzaakt en dat zwijgen geen kwade trouw oplevert. De navordering van de dividendbelasting is echter toegestaan op grond van artikel 16 lid 2 AWR Pro, ook als het gebruik daarvan mogelijk strijdig lijkt met beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezegging is gedaan en aanslagen geen rechtens beschermd vertrouwen wekken.
Het hof bevestigde de navorderingsaanslag en gelastte de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 10 maart 1998 door het hof te 's-Hertogenbosch gedaan.
Uitkomst: De tweede navorderingsaanslag dividendbelasting is terecht opgelegd en het griffierecht wordt vergoed.