ECLI:NL:GHSHE:1999:4
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van den Elzen
- Eijsenga
- Lamers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens twijfel aan waarheidsgehalte bekennende verklaring onder psychose
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doden van een slachtoffer in augustus 1995. De bewezenverklaring was voornamelijk gebaseerd op bekennende verklaringen die verdachte in mei 1998 had afgelegd. Kort voor deze bekentenis was verdachte geestelijk verward en onder invloed van een psychose.
Diverse getuigen verklaarden dat het slachtoffer na de vermeende tijd van overlijden nog in leven was gezien, wat niet te rijmen viel met de bekentenis. Bovendien waren er tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte over cruciale details, zoals het slipje van het slachtoffer.
Het Pieter Baan Centrum concludeerde dat de bekentenis voortkwam uit een psychotische strafbehoefte en niet betrouwbaar was. Het hof oordeelde dat de verdachte niet betrokken was bij de dood van het slachtoffer en sprak hem vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en verdachte onmiddellijk vrijgelaten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onbetrouwbaarheid van de bekennende verklaring onder psychose.