ECLI:NL:GHSHE:1999:AA6859
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- G.J. van Muijen
- K.L.H. van Mens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake beperking ondernemingsvrijstelling bij vermogensbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag vermogensbelasting over 1995 opgelegd door de Inspecteur. De kern van het geschil betrof de uitleg van de beperking van de ondernemingsvrijstelling zoals opgenomen in artikel 7, derde lid, onderdeel c, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, in samenhang met artikel 8, zesde lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Belanghebbende stelde dat deze beperking restrictief uitgelegd moet worden en alleen ziet op B.V.'s die zijn opgericht met het doel om beleggingen onder te brengen. Het hof verwierp dit standpunt omdat de tekst van de bepalingen duidelijk is en de parlementaire geschiedenis onvoldoende steun biedt voor een restrictieve uitleg.
Het hof sloot zich aan bij het feitelijke oordeel dat de B.V. feitelijk werkzaam was in het beleggen van vermogen en bevestigde daarmee de bestreden uitspraak van het Hoofd van de eenheid ondernemingen van de rijksbelastingdienst. Er werden geen bijzondere omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 21 juni 1999 mondeling gedaan.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bestreden uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.