ECLI:NL:GHSHE:1999:AA7129
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- M.E. van Hilten
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over definitie spierstimulator in omzetbelastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de vraag of bepaalde apparaten konden worden aangemerkt als spierstimulatoren zoals bedoeld in post a.35 van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. De belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van juni 1992 tot en met december 1993.
Het Hof verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat het begrip spierstimulator naar gangbaar spraakgebruik moet worden uitgelegd als een toestel dat direct prikkels aan spieren afgeeft waardoor deze direct in activiteit worden gezet om een bepaalde lichaamsfunctie te vervullen. De apparaten in deze zaak geven weliswaar prikkels die een gunstig effect op het spierfunctioneren kunnen hebben, maar zetten de spieren niet direct in gang.
Daarom oordeelt het Hof dat deze apparaten niet onder de definitie van spierstimulator vallen en bevestigt het de bestreden uitspraak van de Inspecteur. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten aan de belanghebbende toegekend, terwijl de Inspecteur geen aanspraak maakt op kostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.