ECLI:NL:GHSHE:1999:AA9152
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht AWBZ na emigratie ondanks belastingverdrag met Oostenrijk
Belanghebbende emigreerde in 1994 naar Oostenrijk en ontving in 1995 AOW- en ABP-pensioen uit Nederland en een pensioen van een Oostenrijkse bank. De Inspecteur legde hem een aanslag op voor inkomstenbelasting en AWBZ-premie, waaronder over het Oostenrijkse pensioen. Belanghebbende voerde aan dat hij voorafgaande aan emigratie van de belastingdienst inlichtingen had gekregen waaruit hij afleidde dat hij geen premies meer hoefde te betalen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende op grond van Nederlands recht verplicht verzekerd bleef voor de AWBZ-premie, ook als niet-ingezetene, conform het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989. Het belastingverdrag met Oostenrijk en EU-verordeningen belemmeren deze nationale premieplicht niet. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de mededelingen van de belastingdienst als inlichtingen en niet als toezeggingen moesten worden gezien en belanghebbende geen schade kon aantonen door eventuele onjuiste informatie.
Uiteindelijk bevestigde het hof de aanslag en wees het beroep van belanghebbende af, zonder proceskosten toe te kennen. De uitspraak benadrukt dat premieplicht AWBZ ook na emigratie kan blijven gelden, ondanks internationale verdragen en verwachtingen van belastingplichtigen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende verplicht was AWBZ-premie te betalen over zijn gehele premie-inkomen in 1995, ondanks emigratie en belastingverdrag.