ECLI:NL:GHSHE:1999:AE2264
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken ondernemerschap belanghebbende
Belanghebbende, directeur/aandeelhouder van A B.V., voerde in 1994 activiteiten uit waarbij hij facturen aan A B.V. uitreikte met vermelding van omzetbelasting. Na een boekenonderzoek stelde de Inspecteur vast dat belanghebbende geen ondernemer was in de zin van artikel 7, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Hierdoor had belanghebbende geen recht op aftrek van voorbelasting en kon de kleine ondernemersregeling niet worden toegepast.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op voor het jaar 1994, welke belanghebbende betwistte. Het hof oordeelde dat belanghebbende inderdaad geen ondernemer was, mede omdat hij geen boekhouding voerde en inkoopfacturen niet bewaarde, wat vereisten zijn voor toepassing van de kleine ondernemersregeling.
Ook het beroep op door de Inspecteur gewekt vertrouwen faalde, aangezien de vermindering van eerdere naheffingsaanslagen tot nihil niet kon worden opgevat als een standpuntbepaling over het ondernemerschap van belanghebbende.
Het hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en de naheffingsaanslag. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat belanghebbende geen ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.