ECLI:NL:GHSHE:2000:AA5325
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beroep ongegrond tegen verklaring ziekenfondsverzekering zelfstandigen
Belanghebbende, een zelfstandige, maakte bezwaar tegen een verklaring van de Inspecteur van de Rijksbelastingdienst waarin werd vastgesteld dat zij in 2000 verplicht ziekenfondsverzekerd was op grond van haar inkomen over de jaren 1995-1997. De Inspecteur had de oorspronkelijke verklaring van 9 november 1999 herroepen en vervangen door een nieuwe verklaring van 18 januari 2000, die inhoudelijk identiek was maar formeel correcter.
Belanghebbende voerde meerdere grieven aan, waaronder strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel vanwege de terugwerkende kracht van de regeling, het ontbreken van een overgangsregeling, en onvoldoende motivering van de Inspecteur. Zij stelde ook dat zij door de regeling onevenredig werd benadeeld en dat de Inspecteur haar niet had gehoord.
De President van het Gerechtshof oordeelde dat de verklaring van de Inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking is en dat belanghebbende ontvankelijk was in haar bezwaar en beroep. De grieven werden inhoudelijk verworpen omdat belanghebbendes inkomen onder de grens van fl. 41.200,- lag en de regeling een verzekering van rechtswege betreft. Ook werden de formele klachten over motivering en hoorplicht afgewezen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat schorsing van de verklaring belanghebbende geen belang zou opleveren.
De President bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.