ECLI:NL:GHSHE:2000:AA5381
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en ongegrondverklaring beroep tegen verklaring ziekenfondsverzekering zelfstandigen
Verzoeker en belanghebbende, beiden zelfstandigen, maakten bezwaar tegen door de Inspecteur afgegeven verklaringen dat zij voldoen aan de voorwaarden voor ziekenfondsverzekering in 2000. De Inspecteur had de oorspronkelijke verklaring van 9 november 1999 herroepen en vervangen door een nieuwe verklaring van 18 januari 2000, welke inhoudelijk identiek was maar op een tijdstip waarop de Inspecteur bevoegd was tot het afgeven ervan.
Zowel verzoeker als belanghebbende vroegen voorlopige voorzieningen om schorsing van de werking van deze verklaringen totdat op hun bezwaren was beslist. De President van het Gerechtshof wees deze verzoeken af, omdat de verklaringen niet in strijd waren met wettelijke voorschriften en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die schorsing rechtvaardigden.
In de hoofdzaak werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen als voor bezwaar vatbare beschikkingen gelden, dat de Inspecteur gebonden was aan de wettelijke regeling, en dat de grieven van belanghebbende, waaronder schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, niet gegrond waren. Ook werd geoordeeld dat het niet horen van belanghebbende voorafgaand aan de uitspraak niet tot benadeling leidde. De Inspecteur werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard; de verklaring van de Inspecteur wordt bevestigd.