ECLI:NL:GHSHE:2000:AA5981
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- M.E. van Hilten
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting muziekonderwijs met winstbeoogde activiteiten
Belanghebbende, een zelfstandig muziekleraar, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1988 tot en met 1991. Hij voerde bezwaar aan tegen de aanslag, stellende dat zijn muziekonderwijs onder een vrijstelling viel omdat hij geen winst beoogde. Na bestreden uitspraak handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het gerechtshof.
Het geschil betrof de vraag of het muziekonderwijs onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel o, juncto artikel 8 van Pro het Uitvoeringsbesluit viel, of er sprake was van een in rechte te beschermen vertrouwen, en of het gelijkheidsbeginsel van toepassing was. Tevens werd betwist of de vrijstelling voor muziekonderwijs aan jongeren reeds vóór 1 juli 1993 kon worden toegepast.
Het hof oordeelde dat belanghebbende met zijn muziekonderwijs winst beoogde, gelet op de positieve netto-inkomsten en het ontbreken van ander arbeidsinkomen. Het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen controle had plaatsgevonden die een rechtmatig vertrouwen kon wekken en de fiscale instanties voor omzetbelasting en inkomstenbelasting destijds gescheiden waren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat muziekonderwijs en kinderopvang niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd. De latere wetswijziging per 1 juli 1993 was niet van toepassing op de aanslagperiode.
Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees het beroep af, zonder proceskosten toe te kennen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat belanghebbende winst beoogde met zijn muziekonderwijs en wijst het beroep af.