ECLI:NL:GHSHE:2000:AA5983
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- M.E. van Hilten
- A.L.C. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs vervoer goederen naar andere Lid-Staat
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1994. Het geschil betreft de vraag of de geleverde goederen daadwerkelijk naar een andere Lid-Staat zijn vervoerd, hetgeen van belang is voor de toepassing van de verleggingsregeling en vrijstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat de goederen daadwerkelijk zijn vervoerd naar een andere Lid-Staat. Daarbij is ook overwogen dat contant betaalde afhaaltransacties zonder vaste afnemer en met goederen geschikt voor consumptief gebruik extra risico's met zich meebrengen.
De parlementaire geschiedenis toont aan dat bescherming alleen geldt voor verkopers die te goeder trouw zijn en alle redelijke voorzorgsmaatregelen hebben genomen om de eindbestemming te verifiëren. Belanghebbende heeft echter geen stappen ondernomen om zich te vergewissen van het vervoer van de goederen, waardoor deze bescherming niet van toepassing is.
Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur ligt en bevestigt het de bestreden uitspraak. De Inspecteur maakt geen aanspraak op proceskostenvergoeding en bijzondere omstandigheden voor kostenvergoeding zijn niet gesteld of gebleken.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs van vervoer van goederen naar een andere Lid-Staat.