ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6009
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vorderingen bij berekening successierecht nalatenschap heer K
Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch behandelde het beroep van een erfgenaam tegen een aanslag in het recht van successie over de nalatenschap van de heer K, overleden in oktober 1995. De kern van het geschil betrof de vraag of twee vorderingen, namelijk een geldlening aan de zoon en een schadevergoeding voor verhuiskosten, buiten beschouwing moesten blijven bij de berekening van het successierecht.
De erfgenaam stelde dat de schuld aan zijn ouders niet in de successiebelasting betrokken mocht worden en dat de schadevergoeding na het overlijden was uitgekeerd, waardoor deze niet tot de nalatenschap behoorde. Het hof oordeelde dat de vordering uit geldlening onderdeel was van de gemeenschap van goederen en derhalve relevant was voor de berekening. Ook de schadevergoeding werd geacht reeds op de overlijdensdatum te bestaan en behoorde tot de nalatenschap.
Verder werd een nota van afrekening besproken waarin een bedrag van fl. 16.000,00 werd genoemd als erfdeel van de zoon, maar het hof concludeerde dat dit slechts een deel van het erfdeel betrof en dat het resterende deel op andere wijze was verrekend of voldaan moest worden. Het hof verwierp alle grieven van de erfgenaam en bevestigde de aanslag. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en wijst het beroep van de erfgenaam af.