ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6026
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- P.J.M. Bongaarts
- H. Mobach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij economische eigendomsoverdracht zonder schriftelijke overeenkomst per 31 maart 1995
Belanghebbende verkreeg op 26 september 1995 de economische eigendom van een onroerende zaak, zonder dat op dat moment een schriftelijke koopovereenkomst bestond die vóór 31 maart 1995, 18.00 uur, was gesloten. De Inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.
Belanghebbende stelde dat de overgangsregeling van artikel V, vierde lid, van de Wet van toepassing was omdat er begin maart 1995 een mondelinge koopovereenkomst was en een ontwerp van een schriftelijke overeenkomst bestond. Het Hof oordeelde dat een door een derde opgesteld ontwerp niet gelijkgesteld kan worden aan een schriftelijke overeenkomst zonder een objectief verifieerbare verklaring van partijen. De definitieve schriftelijke koopovereenkomst werd pas op 11 april 1995 ondertekend, te laat voor de overgangsregeling.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwen in mededelingen van de Staatssecretaris van Financiën werd verworpen omdat deze betrekking hadden op andere situaties (omzetbelasting en huurovereenkomsten) en niet op de overdrachtsbelasting en de overgangsregeling voor economische eigendomsoverdracht.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en verwierp het beroep van belanghebbende, waarbij geen proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag omdat geen schriftelijke overeenkomst bestond op 31 maart 1995, 18.00 uur.