ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6052

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97/22177
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J. van Muijen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 lid 3 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 42 lid 5 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bijtelling auto privégebruik ondanks betwisting kilometeradministratie

Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995 waarin een bijtelling voor privégebruik van een ter beschikking gestelde auto was opgenomen. Het geschil richtte zich op de vraag of de auto minder dan 1000 kilometer privé was gebruikt, waardoor bijtelling achterwege zou blijven.

Belanghebbende had een kilometeradministratie samengesteld op basis van aantekeningen in zijn agenda, waarin echter geen begin- en eindkilometerstanden, gereden routes of exacte kilometers werden vermeld. Het Hof constateerde dat deze administratie onvoldoende nauwkeurig was om het privégebruik onder de 1000 kilometer overtuigend aan te tonen. Daarnaast waren er verschillen tussen de genoteerde afstanden en de door de Inspecteur gehanteerde routeplanner, en werden afwijkingen van gebruikelijke routes niet geregistreerd.

Belanghebbende voerde aan dat een collega met een vergelijkbare kilometeradministratie geen bijtelling had gekregen, en stelde dat de Inspecteur daarmee het gelijkheidsbeginsel had geschonden. Het Hof verwierp dit verweer omdat het ging om een collega buiten het bevoegdheidsgebied van de Inspecteur en er geen bewijs was van ongelijke behandeling op grond van beleid.

Het Hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat het privégebruik van de auto minder dan 1000 kilometer bedroeg. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag met bijtelling omdat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat het privégebruik van de auto minder dan 1000 kilometer bedroeg.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 97/22177
7 april 2000
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vierde enkelvoudige Belastingkamer, heeft inzake het beroep van de heer K te X tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen te B van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1995, na de behandeling van de zaak ter zitting van 24 maart 2000, gehouden te Eindhoven, alwaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, vergezeld van mevrouw K, en namens de Inspecteur de heer P, heden, 7 april 2000, de volgende mondelinge uitspraak gedaan:
DE BESLISSING:
Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.
DE GRONDEN:
1. Ingevolge artikel 42, lid 5, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 blijft de bijtelling van (ondermeer) lid 3 van dat artikel achterwege indien blijkt, dat wil zeggen overtuigend is aangetoond, dat de ter beschikking gestelde auto op jaarbasis voor minder dan 1000 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt.
2. Met gebruikmaking van de aantekeningen in zijn agenda heeft belanghebbende wekelijks de verantwoordingsstaten ten behoeve van zijn achtereenvolgende werkgevers ingevuld en aan de hand van die verantwoordingsstaten achteraf de onderwerpelijke kilometeradministratie samengesteld. De aantekeningen in belanghebbendes agenda vormen derhalve de primaire vastleggingen omtrent de met de ter beschikking gestelde auto verreden kilometers.
3. In de aantekeningen in belanghebbendes agenda wordt geen melding gemaakt van de kilometerstand aan het begin en het einde van een dag. Ook vermelden die aantekeningen niets omtrent gereden routes of het werkelijke aantal gereden kilometers, gemoeid met het bereiken van een bepaalde bestemming.
4. Het niet vermelden van gegevens in de agenda, een en ander als in 3 weergegeven, maakt het voor het Hof onmogelijk na te gaan of de onderwerpelijke auto, in 1995 door twee achtereenvolgende werkgevers van belanghebbende ter beschikking gesteld, in dat jaar minder dan 1000 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt. Het Hof merkt in dit verband op dat belanghebbende in de kilometeradministratie voor de trajecten D-Hilversum-D, D-Botlek-D en D-Nieuwegein-D steeds afstanden noteerde van respectievelijk 170 km, 160 km en 120 km, terwijl de door de Inspecteur gehanteerde routeplanner voor die trajecten afstanden aangeeft van respectievelijk 155 km, 144 km en 114 km, en dat een en ander voor het jaar 1995 leidt tot een verschil van 2434 km. Tevens merkt het Hof in dit verband op dat belanghebbende wel eens van de gebruikelijke route naar een bestemming afweek om files te vermijden zonder daarvan aantekening te houden en dat het bij de door belanghebbende voor de diverse ritten genoteerde afstanden gaat om "gemiddelde waarden".
5. Belanghebbende is er niet in geslaagd overtuigend aan te tonen dat de onderwerpelijke auto in 1995 minder dan 1000 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt. Aannemelijk maken is in dit verband onvoldoende.
6. Belanghebbende heeft zich er op beroepen dat in het geval van een collega, ressorterende onder een andere eenheid van de rijksbelastingdienst, een bijtelling als vorenbedoeld achterwege is gebleven, terwijl de kilometeradministratie van die collega "op een zelfde manier is opgebouwd" als die van belanghebbende en daarmee "grote overeenkomst" vertoont.
7. Aldus heeft belanghebbende aangevoerd dat de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, door tot de onderwerpelijke bijtelling over te gaan. Die grief baat belanghebbende niet. Het Hof merkt hierbij op dat het bij het door belanghebbende aangevoerde geval gaat om een belastingplichtige van buiten het bevoegdheidsgebied van de Inspecteur en dat niets is gesteld of gebleken omtrent feiten en/of omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat het bij het door belanghebbende aangevoerde geval gaat om een met het geval van belanghebbende vergelijkbaar geval waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven als gevolg van beleid.
Proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus vastgesteld op 7 april 2000 door G.J. van Muijen, lid van voormelde Kamer, in tegenwoordigheid van P.H.A. Calis, waarne-mend-grif-fier, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 14 april 2000
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende ƒ 150,=.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van ƒ 150,= verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.