ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6056
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. van Soest
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens ontbreken bron van inkomen
Belanghebbende voerde bedrijfseconomische en juridische advieswerkzaamheden uit in de periode 1990 tot medio 1993, waarbij ook de activiteiten van zijn toenmalige echtgenote betrokken waren. De Inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 21.358. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof.
Tijdens de zittingen, gehouden in januari 1998 en december 1999, werden standpunten uitgewisseld en pleitnota's ingediend. Belanghebbende stelde dat sprake was van een bron van inkomen en inkomsten uit onderneming, terwijl de Inspecteur betoogde dat er geen bron van inkomen was. Het Hof stelde vast dat de werkzaamheden gezamenlijk niet tot een positief resultaat leidden en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat er wel sprake was van een bron van inkomen.
Het Hof vernietigde daarom de bestreden uitspraak en verminderde de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 21.158 zonder verhoging. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht van ƒ 40 vergoed. De uitspraak werd op 20 april 2000 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 21.158 zonder verhoging.