ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6066
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- M.E. van Hilten
- A.F.M. Brenninkmeijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing loonbelasting over in 1994 vastgesteld salaris
Deze zaak betreft een geschil over de loonbelastingheffing van een salarisbedrag van fl. 750.000 dat ultimo 1994 door belanghebbende is geboekt. De kernvraag was of dit bedrag in 1994 in de heffing moest worden betrokken op grond van artikel 27, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Uit notulen van een buitengewone aandeelhoudersvergadering bleek dat het salaris en een vergoeding voor werkzaamheden over eerdere jaren pas op 27 december 1994 waren vastgesteld, met uitstel van betaling tot uiterlijk eind 2003. Het Hof concludeerde dat er sprake was van een overeenkomst in de zin van artikel 27, tiende lid, en dat toepassing van artikel 39 van Pro de Wet niet aan de orde was omdat de vaststelling na 1 januari 1994 had plaatsgevonden.
Belanghebbende stelde dat de reparatiewetgeving met terugwerkende kracht zou gelden, maar het Hof verwierp dit en oordeelde dat de Inspecteur het salarisbedrag terecht in de heffing had betrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het Hof wees proceskostenveroordeling af, waarbij de Inspecteur geen kostenvergoeding vorderde.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het salaris van fl. 750.000 in 1994 terecht in de loonbelastingheffing is betrokken.