ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6580
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring in belastingzaak wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1993 tot en met 1995, inclusief een verhoging van 100%. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur handhaafde de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, maar de voorzitter van de Belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift wel tijdig was verzonden, maar door vertraging bij de postbezorging pas later bij het Hof was aangekomen. Volgens de Hoge Raad mag een niet-ontvankelijkheidsverklaring niet worden uitgesproken indien de termijnoverschrijding niet aan de belastingplichtige kan worden toegerekend en dit niet is te bewijzen.
Het Hof oordeelde dat na meer dan twee jaar de onjuistheid van de stelling van belanghebbende niet meer bewezen kan worden. Gezien de verhoging in de naheffingsaanslag moet het beroep daarom alsnog in behandeling worden genomen. Het verzet werd gegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt alsnog in behandeling genomen.