ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6806
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verliesverrekening inkomstenbelasting na staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde vanaf 1991 tot januari 1994 een supermarkt en had een franchisecontract met VBV. Na staking van de onderneming in oktober 1994 resteerde een schuld van ƒ 158.659,-- aan VBV, welke schuld niet werd betwist maar administratief werd afgeboekt door VBV.
De Inspecteur weigerde verliesverrekening over 1994 met voorgaande jaren toe te passen omdat hij meende dat de schuld bij staking een economische waarde van vrijwel nihil had. Belanghebbende ging in beroep tegen deze weigering.
Het hof oordeelt dat de schuld op de stakingsbalans moet worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer, maar dat deze waarde niet kan worden gesteld op nihil enkel vanwege de vermogenspositie van belanghebbende. De waarde van de schuld is in beginsel gelijk aan de nominale waarde, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken, welke niet zijn gesteld of gebleken.
Daarom vernietigt het hof de bestreden uitspraak en de weigering van verliesverrekening, vermindert de aanslagen over 1991 tot en met 1993 tot nihil, en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigt de weigering van verliesverrekening en vermindert de aanslagen over 1991-1993 tot nihil.