ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6865

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/03572
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Kostenwet invordering rijksbelastingenArt. 24a Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6:6 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:22 Algemene wet bestuursrechtArt. 7:16 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak over gecombineerde beslissing op bezwaar en beroep invorderingskosten

Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten en administratief beroep tegen betekeningskosten die door de Ontvanger en de Belastingdeurwaarder in rekening waren gebracht in het kader van een aanslag inkomstenbelasting 1993.

Het Hof constateerde dat de Ontvanger ten onrechte in één uitspraak besliste op zowel het bezwaar tegen aanmaningskosten als het beroep tegen betekeningskosten, terwijl volgens de wet deze twee procedures gescheiden moeten worden behandeld. Dit is in strijd met artikel 24a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 7 van Pro de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

Hoewel artikel 6:22 Awb Pro schending van vormvoorschriften kan repareren indien geen nadeel ontstaat, oordeelde het Hof dat dit niet van toepassing is in dit geval vanwege de verschillende aard van bezwaar en beroep en het ontbreken van een juiste beslissing op het beroep.

Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van de Ontvanger en bepaalde dat belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld bezwaar en beroep te splitsen, waarna afzonderlijke uitspraken moeten volgen. Tevens moet de Belastingdeurwaarder worden gehoord in de beroepsprocedure.

De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 juli 2000 te 's-Hertogenbosch door het Hof, waarna het proces-verbaal werd opgemaakt.

Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de Ontvanger en beveelt gescheiden behandeling van bezwaar en beroep.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 98/03572
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van de heer A. te E tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen te H van de rijksbelastingdienst (hierna: de Ontvanger) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem in rekening gebrachte kosten voor het verzenden van een aanmaning tot betaling en op het beroepschrift van belanghebbende tegen de hem in rekening gebrachte kosten voor het betekenen van een dwangbevel met bevel tot betaling, een en ander ter zake van de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1993.
DE MONDELINGE BEHANDELING:
De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Hof van 26 april 2000 te 's-Hertogenbosch.
Daar is toen verschenen en gehoord de heer P., namens de Ontvanger.
Na deze mondelinge behandeling is gebleken dat belanghebbende de oproeping ervoor eerst op 1 mei 2000 heeft onvangen.
Vervolgens heeft een tweede mondelinge behandeling van de zaak plaatsgehad op 12 juli 2000 te Eindhoven. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, tot bijstand vergezeld van mevrouw R., alsmede de heer P., namens de Ontvanger.
Na de behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 26 juli 2000, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.
DE BESLISSING:
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Ontvanger.
DE GRONDEN:
(1) Belanghebbende is bij brief van 8 april 1998, binnengekomen bij de Ontvanger op 10 april 1998, opgekomen tegen - onder meer - de aan hem in rekening gebrachte "invorderingskosten". Terecht heeft de Ontvanger deze brief opgevat als te zijn gericht tegen zowel de aan belanghebbende bij de aanmaning tot betaling van 20 februari 1998 door de Ontvanger in rekening gebrachte kosten voor het verzenden van een aanmaning tot betaling, ten bedrage van f 20,-- (verder te noemen: de aanmaningskosten), als tegen de aan belanghebbende bij dwangbevel van
13 maart 1998 door de Belastingdeurwaarder in rekening gebrachte kosten voor het betekenen van een dwangbevel met bevel tot betaling ten bedrage van f 50,-- (verder te noemen: de betekeningskosten).
(2) Tegen het in rekening brengen van aanmaningskosten staat bezwaar open bij de Ontvanger op grond van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. Tegen het in rekening brengen van betekeningskosten staat op grond van diezelfde bepaling administratief beroep open bij de Ontvanger.
(3) Uit het bepaalde in artikel 24a, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met het bepaalde in de tweede volzin van voornoemd artikel 7, volgt dat de bezwaren tegen twee beschikkingen die niet op een biljet zijn vermeld, niet in één geschrift kunnen worden vervat.
Op grond van het bepaalde in artikel 6:6 Algemene Pro wet bestuursrecht (hierna: Awb) had de Ontvanger belanghebbende derhalve in de gelegenheid dienen te stellen dit verzuim te herstellen.
(4) In plaats daarvan heeft de Ontvanger ten onrechte in één uitspraak een beslissing gegeven op zowel het bezwaar tegen het in rekening brengen van aanmaningskosten als op het beroep tegen het in rekening brengen van betekeningskosten.
(5) Aan schending van vormvoorschriften kan op basis van artikel 6:22 Awb Pro voorbij gegaan worden indien blijkt dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. In het algemeen kan deze bepaling worden toegepast in het geval in één uitspraak op bezwaar wordt beslist, waar voorgeschreven is dat de beslissing wordt vervat in twee afzonderlijke uitspraken op bezwaar. In het onderhavige geval kan toepassing van artikel 6:22 Awb Pro echter niet leiden tot het in stand laten van de bestreden uitspraak omdat naar het oordeel van het Hof deze bepaling niet kan worden toegepast in een geval als het onderhavige waarin in één uitspraak wordt beslist op het bezwaar tegen een beschikking van de Ontvanger en op het administratief beroep tegen een beschikking van de Belastingdeurwaarder. Daar komt nog bij dat de Ontvanger bij de bestreden uitspraak alleen in zijn beslissing (dat wil zeggen het dictum) het bezwaar tegen de invorderingskosten heeft afgewezen, terwijl onder die invorderingskosten tevens betekeningskosten waren begrepen waartegen geen bezwaar maar administratief beroep is ingesteld. De Ontvanger zal, indien hij niet besluit tot ambtshalve vernietiging van de beide beschikkingen, belanghebbende in de gelegenheid moeten stellen het bezwaarschrift en het beroepschrift te splitsen. Vervolgens dient alsnog in afzonderlijke uitspraken te worden beslist op het bezwaar tegen het in rekening brengen van aanmaningskosten en op het administratief beroep tegen het in rekening brengen van betekeningskosten. In de procedure betreffende de betekeningskosten zal de Ontvanger in beginsel, naast belanghebbende, tevens de Belastingdeurwaarder op de voet van artikel 7:16 Awb Pro in de gelegenheid moeten stellen te worden gehoord.
DE PROCESKOSTEN:
Belanghebbende heeft desgevraagd verklaard geen kosten te hebben gemaakt in verband met de behandeling van het beroep bij het Hof.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus vastgesteld op 26 juli 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde Kamer, in tegenwoordigheid van K.M.J. van der Vorst, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 3 augustus 2000