ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6866

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/00008
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wet LBArt. 11 lid 2 onderdeel b Wet LBArt. 6 lid 1 onderdeel a Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990Art. 27 lid 5 Wet LBArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting inzake jubileumuitkering directeur-grootaandeelhouder

Belanghebbende, een besloten vennootschap, betaalde in 1993 een jubileumuitkering van ƒ 25.000 aan haar directeur-grootaandeelhouder (dga) wegens diens dertigjarig dienstverband. De uitkering werd berekend op basis van het volledige overeengekomen loon van ƒ 200.000 per jaar, terwijl een deel van ƒ 100.000 van dit loon was uitgesteld en pas in 2003 betaalbaar zou zijn.

De Inspecteur stelde dat de jubileumuitkering alleen berekend mocht worden over het daadwerkelijk genoten loon, namelijk het uitbetaalde salaris van ƒ 100.000, en legde een naheffingsaanslag op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en voerde aan dat het volledige oorspronkelijke loon als basis moest dienen.

Het Gerechtshof oordeelde dat het uitgestelde salaris niet als loon in het jaar 1993 werd genoten en dat de jubileumuitkering daarom niet over dit deel van het loon berekend mocht worden. De naheffingsaanslag van de Inspecteur werd bevestigd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting en oordeelt dat de jubileumuitkering niet berekend mag worden over het uitgestelde salaris.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 99/00008
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X B.V. te Y tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen te P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen haar naheffingsaanslag voor het jaar 1993, nummer 1.
DE MONDELINGE BEHANDELING:
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Hof van 12 juli 2000 te Eindhoven.
Daar zijn toen verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Inspecteur.
Na de behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 26 juli 2000, de volgende monde-linge uitspraak gedaan.
DE BESLISSING:
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.
DE GRONDEN:
1. Op 2 september 1993 is door belanghebbende een jubileumuitkering van ƒ 25.000,= betaald aan haar directeur/grootaandeelhouder (hierna: dga), wegens zijn dertigjarig dienstverband. Deze jubileumuitkering is als volgt berekend: ( ƒ 200.000,= :12 )x 1,5 = ƒ 25.000,=. Dit bedrag is onbelast uitbetaald aan de dga.
2. In 1993 is een gedeelte ter grootte van ƒ 100.000,= van het oorspronkelijk overeengekomen loon van de dga ter grootte van ƒ 200.000,= door belanghebbende uitgesteld. Dit bedrag is, na contant te zijn gemaakt tegen 6% rente, gepassiveerd op de balans en pas vorderbaar en inbaar in het jaar 2003.
3. In geschil is de berekening van de jubileumuitkering. Belanghebbende meent dat het oorspronkelijk vastgestelde salaris over 1993 van ƒ 200.000,= als uitgangspunt voor de berekening dient, terwijl de Inspecteur meent dat het uitbetaalde salaris van ƒ 100.000,= de basis vormt voor de berekening van de jubileumuitkering.
4. Op grond van artikel 11, lid 2, onderdeel b Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) juncto artikel 6, lid 1, onderdeel a Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 worden gratificaties ter gelegenheid van een jubileum niet tot het loon gerekend. De waarde van de uitkering ineens ter gelegenheid van een dertigjarig dienstjubileum van de werknemer mag in dat geval echter niet de waarde van 1,5 maal het loon over een maand overtreffen.
Artikel 10 Wet Pro LB omschrijft het begrip "loon" als al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten. In onderhavig geval is een gedeelte van het loon (nog) niet genoten in de zin van artikel 27, lid 5 Wet LB. Over dit gedeelte, het uitgestelde salaris, is ook geen loonbelasting ingehouden. Verder blijkt uit de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening dat het uitgestelde salaris over het jaar 1993, ten bedrage van ƒ 100.000,=, pas in 2003 betaald wordt. Niet is gebleken dat het bedrag eerder ter beschikking van de dga wordt gesteld of rentedragend wordt, dan wel eerder vorderbaar en tevens inbaar wordt.
5. Nu vaststaat dat het uitgestelde salaris in onderhavig jaar niet is genoten in de zin van artikel 10 Wet Pro LB, mag de jubileumuitkering ook niet over dit loon worden berekend.
Het gelijk is derhalve aan de zijde van de Inspecteur. Voor dat geval is niet in geschil dat de uitspraak op bezwaar moet worden bevestigd.
PROCESKOSTEN:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus vastgesteld op 26 juli 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde Kamer,
in tegenwoordigheid van K.M.J. van der Vorst, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 3 augustus 2000
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende ¦ 150,--.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van
¦ 150,-- verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het door de belanghebbende ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het door deze voor het beroep in cassatie verschuldigde griffierecht.