ECLI:NL:GHSHE:2000:AA7133
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vrijstelling belasting personenauto wegens verblijfplaats Nederland
Belanghebbende, een Nederlandse werknemer die van 1981 tot 1996 in Duitsland werkte en daar woonruimte had, verzocht om vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor een auto met Duits kenteken. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat zijn normale verblijfplaats van Duitsland naar Nederland was overgebracht.
Belanghebbende stelde dat zijn normale verblijfplaats in Duitsland lag en dat hij daarom aanspraak kon maken op de verhuisboedelvrijstelling. Het hof oordeelde echter dat, ondanks het feit dat belanghebbende door de week in Duitsland verbleef en in Nederland in het huis van zijn echtgenote woonde, zijn persoonlijke bindingen en normale verblijfplaats in Nederland waren, mede omdat hij daar op geregelde tijden terugkeerde.
Verder stelde belanghebbende dat hij op grond van eerdere vergunningen in rechte te beschermen vertrouwen had dat de vrijstelling zou gelden, maar het hof verwierp dit omdat de eerdere vergunningen waren verleend op basis van onjuiste aannames over de aard van het autobezit en de verblijfplaats.
Het hof bevestigde daarom de afwijzing van de vrijstelling BPM en wees het beroep van belanghebbende af. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van de vrijstelling BPM omdat belanghebbendes normale verblijfplaats in Nederland lag.