ECLI:NL:GHSHE:2000:AA7484
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij economische eigendomsoverdracht met gebruiksrecht
In deze zaak staat centraal of de overdracht van economische eigendom van onroerende zaken aan vijf kinderen onder voorbehoud van een levenslang gebruiksrecht van de ouders, valt onder de overgangsregeling van artikel V, vierde lid, van de Wijzigingswet. Belanghebbende stelde dat de overdracht gebaseerd was op een schriftelijke overeenkomst die vóór 31 maart 1995, 18.00 uur, bestond, waardoor de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting niet van toepassing zou zijn.
De feiten tonen aan dat hoewel een schriftelijk aanbod op 6 maart 1995 aan de kinderen is gedaan, de volmacht van belanghebbende pas na 31 maart 1995 bij het notariskantoor binnenkwam. Hierdoor was er geen schriftelijke aanvaarding vóór het fatale tijdstip. Het hof oordeelt dat een schriftelijke overeenkomst ook kan bestaan uit een schriftelijk aanbod gevolgd door een schriftelijke aanvaarding binnen redelijke tijd, maar dat dit in casu niet is aangetoond.
De Inspecteur had de heffingsgrondslag berekend op fl. 99.000,- en de naheffingsaanslag gehandhaafd. Het hof bevestigt deze uitspraak omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de overgangsregeling. Er is geen sprake van een schriftelijke overeenkomst vóór het fatale tijdstip die de overdracht zou rechtvaardigen zonder naheffing.
Het hof ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wijst het beroep van belanghebbende af. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting omdat geen schriftelijke overeenkomst bestond vóór 31 maart 1995.