ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8443
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Kok
- Smeenk-Van der Weijden
- Koster-Vaags
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen gemeente door nalaten heroverweging bouwvergunning na vernietiging bezwaar
Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen en een inwoner enerzijds en de gemeente anderzijds over de vraag of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door na vernietiging van haar besluit op bezwaar niet opnieuw te beslissen op bezwaren tegen een bouwvergunning van 26 september 1989.
Na vernietiging van het besluit op bezwaar door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State ontstond voor de gemeente de verplichting om opnieuw op de bezwaren te beslissen. De gemeente heeft deze plicht niet nagekomen en volstond met een symbolische tegemoetkoming, welke door de appellanten werd afgewezen. De appellanten hebben pas in 1997 een voorziening gevraagd, maar werden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
Het hof overweegt dat de weigering van de gemeente om opnieuw te beslissen een beschikking gelijkstaat en dat de burgerlijke rechter deze weigering niet kan toetsen vanwege de bevoegdheidsverdeling tussen administratieve en burgerlijke rechter. Hierdoor kan het verzaken van de rechtsplicht niet onrechtmatig worden verklaard in dit geding. Wel erkent het hof dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het aanvankelijk genomen besluit op bezwaar, dat vernietigd is. De kosten die hiermee samenhangen kunnen worden toegewezen.
De zaak wordt aangehouden voor nadere specificatie van de kosten en verdere beslissing. De bouwvergunning zelf blijft in stand omdat deze niet is vernietigd in de administratieve procedure. Het hof bevestigt dat de rechtbank de kosten van de eerste aanleg terecht heeft gecompenseerd en wijst de zaak naar de rol voor verdere uitlatingen.
Uitkomst: De gemeente handelde onrechtmatig door niet opnieuw te beslissen op bezwaren, maar de burgerlijke rechter kan de bouwvergunning niet toetsen; kosten worden nader gespecificeerd en toegewezen.