ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8589
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Kok
- De Groot-Van Dijken
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vergoeding medische kosten aanvullende verzekering bij bestaande ziekte
De appellant vorderde vergoeding van medische kosten voor behandeling en medicijnen van zijn overleden echtgenote, gemaakt in 1995/1996 in Thailand, op grond van een aanvullende verzekering bij CZ. CZ verweerde zich met het argument dat appellant bij het aangaan van de verzekering op 10 februari 1995 op de hoogte was van de ernstige longziekte van zijn vrouw en dit niet had gemeld, waardoor de kosten niet onder de dekking vallen.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde appellant in de proceskosten. Appellant stelde vijf grieven in hoger beroep, waaronder dat hij niet tot bewijs was toegelaten en dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan een beroep op redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelde dat appellant het aanvraagformulier met een uitsluitingsclausule had ondertekend terwijl hij wist van de ziekte, en dat CZ daardoor niet tot vergoeding gehouden is. Het hof verwierp het beroep op redelijkheid en billijkheid en het bewijsaanbod als irrelevant. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat vergoeding van medische kosten wordt afgewezen wegens niet-melding van bestaande ziekte bij verzekering.