ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- R.J. Koopman
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens deelnemingsvrijstelling bij bedrijfsopvolging
Belanghebbende, opgericht in 1986 en aandeelhouder van H BV, voerde een bedrijfsopvolging uit waarbij zij geleidelijk het volledige belang in H BV verkreeg. De Inspecteur weigerde de deelnemingsvrijstelling op grond van artikel 13, lid 3, Wet VpB'69 omdat belanghebbende volgens hem geen onderneming dreef en haar aandelen slechts als belegging hield.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende in januari 1991 met haar 0,76% belang in H BV voldeed aan de eis dat het aandelenbezit in het kader van de normale uitoefening van een onderneming moest liggen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende meer nastreefde dan enkel rendement en waardestijging en dat haar aandelenbezit onderdeel was van een onderneming in het kader van bedrijfsopvolging.
Het Hof stelde vast dat het karakter van de activiteiten van H BV niet beslissend was, maar dat het ging om de functie van het aandelenbezit voor de houder. Het feit dat belanghebbende geen werknemers had en haar rechten als prioriteitsaandeelhouder niet uitoefende, deed hieraan niet af.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van f 150.467,-- en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van f 150.467,-- wegens toepassing van de deelnemingsvrijstelling.