ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8912

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/03461
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.Th. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling lagere waarde onroerende zaak in bezwaarprocedure Wet waardering onroerende zaken

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de door de ambtenaar vastgestelde waarde van een onroerende zaak, gelegen aan de Astraat 1 te U, per de peildatum 1 januari 1995. De ambtenaar had de waarde vastgesteld op f. 216.000,--, gebaseerd op een taxatierapport.

Belanghebbende voerde aan dat de onroerende zaak bijzondere bouwkundige kenmerken heeft, zoals halfsteens muren, rietwerk tussenwanden en houten tussenvloeren, en het ontbreken van isolatie. Deze omstandigheden maken een waardering op basis van vergelijking met andere panden niet goed mogelijk.

Het hof oordeelt dat de ambtenaar niet heeft bewezen dat de vastgestelde waarde juist is, mede omdat het taxatierapport onvoldoende rekening houdt met de bijzondere staat van het pand. Gezien de verhuurwaarde en een gehanteerde kapitalisatiefactor acht het hof de door belanghebbende verdedigde waarde van f. 150.000,-- aannemelijk.

Het hof vernietigt de bestreden uitspraak en stelt de waarde vast op f. 150.000,--. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht van f. 80,-- aan hem vergoed. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend, omdat niet is gebleken dat hij dergelijke kosten heeft gemaakt.

Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op f. 150.000,-- per 1 januari 1995.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 98/03461
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X B.V. te Y tegen de uitspraak van het hoofd Administratiekantoor van de gemeente U(hierna: de ambtenaar) op het bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken aan belanghebbende gezonden beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak Astraat 1 te U (hierna: de onroerende zaak) per de peildatum 1 januari 1995 is vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000.
De mondelinge behandeling
Deze heeft plaatsgevonden op woensdag 1 november 2000 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de ambtenaar.
De beslissing
Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak, stelt de waarde van de onroerende zaak per de peildatum 1 januari 1995 vast op een bedrag van f. 150.000,--, en gelast dat de ambtenaar aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht ten bedrage van f. 80,--.
De gronden voor de beslissing
1. De ambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op f. 216.000,-- en beroept zich daarbij op het taxatierapport van H.
2. Belanghebbende verdedigt een waarde van f. 150.000,-- en heeft daartoe in het beroepschrift onder meer aangevoerd dat de situatie van de onroerende zaak in zoverre bijzonder is dat het object in 1920 is gebouwd, dat het slechts uit ½ steens muren is opgetrokken, dat de tussenwanden uit gepleisterd rietwerk bestaan en de tussenvloeren uit houten planken, en dat de onroerende zaak niet is geïsoleerd.
3. Uit voormeld taxatierapport valt niet af te leiden in hoeverre met deze omstandigheden rekening is gehouden. Het Hof acht voorts in verband met die omstandigheden een vergelijking met de in het taxatierapport onder 5.3 opgenomen panden niet goed mogelijk. Om die reden is het Hof van oordeel dat de ambtenaar niet geslaagd is in het bewijs van de juistheid van de vastgestelde waarde.
4. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat de onroerende zaak thans wordt verhuurd voor een huursom van f. 950,-- per maand.
Nu een waardering op basis van vergelijking niet mogelijk is en gelet op de huursom en de door de ambtenaar ten aanzien van een andere onroerende zaak van belanghebbende gehanteerde kapitalisatiefactor van 8, acht het Hof de door belanghebbende verdedigde waarde niet te laag.
Het gelijk in deze is aan de zijde van belanghebbende.
De proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, nu niet is gebleken dat belanghebbende zodanige kosten heeft gemaakt.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus vastgesteld op 15 november 2000 door J.Th. Simons, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van H.J. van den Helm, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden
op: 16 november 2000
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ
's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende ¦ 150,=.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van ¦ 150,= verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.