ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8915
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid in beroep tegen belastingaanslag 1997
Belanghebbende was niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997, omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van de Inspecteur was ingediend.
Belanghebbende deed tijdig verzet tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaring. Het hof stelde vast dat het beroepschrift, gedagtekend 10 juni 1999 en ontvangen op 14 juni 1999, te laat was ingediend aangezien de termijn op 4 juni 1999 eindigde. De postregelgeving en de artikelen 6:7, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werden toegepast.
Belanghebbende voerde ziekte aan als reden voor de overschrijding, maar kon niet aannemelijk maken dat hij tijdens de beroepstermijn door ziekte niet in staat was het beroepschrift tijdig in te dienen. Het hof oordeelde daarom dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring terecht was en verklaarde het verzet ongegrond.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen gronden voor veroordeling aanwezig waren. Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt na onherroepelijkheid teruggegeven.
Uitkomst: Het verzet van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.