ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8967
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Poorter
- Koster-Vaags
- Aarts
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens hennepkwekerij met overschrijding redelijke termijn en strafreductie
Verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 1351 hennepplanten, een middel vermeld op lijst II van de Opiumwet. Het hof oordeelt dat de redelijke termijn tussen het eerste verhoor en de berechting in eerste aanleg met vijf maanden is overschreden, zonder bijzondere omstandigheden. Een latere periode van vertraging wordt aan verdachte toegerekend vanwege zijn onvindbaarheid.
De huiszoeking op 22 juni 1994 was rechtmatig, ondanks het tijdsverloop sinds de CRID-informatie van 3 maart 1994, omdat de informatie betrekking had op een langere periode en de actie goed was voorbereid. Het beroep op onrechtmatige bewijsgaring wordt verworpen.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, maar spreekt verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn wordt een strafreductie toegepast. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand, waarvan voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van vijfduizend gulden. De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit en de financiële draagkracht van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk en een geldboete van vijfduizend gulden met strafreductie wegens overschrijding redelijke termijn.