ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9158
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep in bestuursrechtelijke zaak over WOZ-waarde
Belanghebbende was niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van de ambtenaar was ontvangen. Belanghebbende stelde tijdig verzet in tegen deze niet-ontvankelijkheidsbeschikking.
Het hof stelde vast dat de bestreden uitspraak op 29 april 1998 ter post was bezorgd en dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg, eindigend op 10 juni 1998. Volgens de Awb geldt dat een beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Belanghebbende had een brief van 8 mei 1998 overgelegd waarin klachten tegen de uitspraak van de ambtenaar werden geuit. Het hof oordeelde dat deze brief als een beroepschrift had moeten worden opgevat en dat de ambtenaar deze brief binnen twee weken aan het hof had moeten doorzenden. Omdat de brief tijdig bij het hof was binnengekomen, kon niet worden gezegd dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.
Daarom verklaarde het hof het verzet gegrond, vernietigde de beschikking van de voorzitter en bepaalde dat de zaak alsnog in behandeling wordt genomen. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden tot het geschil ten principale is beslist.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsbeschikking is gegrond verklaard en de zaak wordt alsnog in behandeling genomen.