ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9580
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling onroerende zaak ondanks aanwezigheid asbest
Belanghebbende betwistte de vastgestelde waarde van zijn woning per 1 januari 1995, die door de ambtenaar was vastgesteld op fl. 250.000. Hij voerde aan dat de aanwezigheid van asbesthoudende materialen in het dakbeschot een waardedrukkende factor was die onvoldoende was meegenomen. Tevens stelde hij dat de taxatie onzorgvuldig was uitgevoerd.
Het Gerechtshof stelde vast dat de ambtenaar een taxatierapport had overgelegd dat was opgesteld na een volledige opname van de woning, inclusief een schriftelijke verklaring van de taxateur over de zorgvuldigheid en objectiviteit van het rapport. De ambtenaar had ook vergelijkingsobjecten gebruikt om de waarde te onderbouwen.
Belanghebbende bracht zelf geen taxatierapport of gelijkwaardig bewijs in, en kon onvoldoende aannemelijk maken dat de taxatie onjuist was. Het hof hechtte geloof aan de verklaring dat de aanwezigheid van asbest in de waardebepaling was meegenomen, ondanks dat dit niet expliciet in het rapport stond.
De klacht dat vergelijkingsobjecten niet volledig gelijkwaardig waren, werd door het hof verworpen omdat rekening was gehouden met verschillen. Het hof concludeerde dat de ambtenaar de bewijslast had vervuld en belanghebbende onvoldoende tegenbewijs had geleverd.
Daarom werd de bestreden uitspraak bevestigd en de waarde van fl. 250.000 gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de WOZ-waarde van de woning op fl. 250.000 en wijst het beroep van belanghebbende af.