ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9796
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- mr. van der Velden
- mr. Jurgens
- mr. Walstock
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beveelt vervolging wegens ontucht na klacht niet-vervolging
Klaagster deed op 20 april 1998 aangifte van ontucht tegen haar stiefvader, beklaagde. De officier van justitie besloot op 14 april 2000 de zaak niet te vervolgen wegens twijfels over het plaatsvinden van ontuchtige handelingen. Klaagster diende daarop een klacht niet-vervolging in bij het hof.
Na het horen van beide partijen en het bestuderen van het dossier, waaronder pleitnota's en rapporten van deskundigen, oordeelde het hof dat er voldoende gronden zijn om de zaak door een rechter te laten beoordelen. De advocaat-generaal adviseerde eveneens tot vervolging, ondanks de moeilijkheid van bewijsvoering, vanwege het belang van het slachtoffer.
Het hof verklaarde de klacht gegrond en beval de vervolging van beklaagde wegens incest. Tevens gaf het hof opdracht aan de officier van justitie om een vordering te doen ex artikel 181 Sv Pro. De zaak wordt hiermee doorverwezen naar de strafrechter voor inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht gegrond en beveelt de vervolging van beklaagde wegens ontucht.