ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9992
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor val door onveilige verbandkar met injectienaalden
In deze civiele zaak vordert appellante schadevergoeding van haar werkgever, geïntimeerde, wegens een valincident veroorzaakt door een op de grond liggende injectienaald. Appellante stelt dat de verbandkar niet zodanig was ingericht dat naalden veilig konden worden opgeborgen, wat leidde tot gevaarlijke situaties en uiteindelijk haar val.
De werkgever betwist dat de verbandkar ondeugdelijk was en stelt dat zij heeft voldaan aan haar zorg- en veiligheidsverplichtingen, gesteund door een inspectierapport van de arbeidsinspectie. Het hof oordeelt echter dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan, onder meer door het ontbreken van een veilige opbergmogelijkheid voor naalden en onvoldoende instructies aan het personeel.
Het hof volgt de Hoge Raad in de uitleg van artikel 7:658 lid 2 BW Pro, waarbij de werkgever aansprakelijk is tenzij zij kan aantonen dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dit laatste is niet gesteld.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en veroordeelt de werkgever tot schadevergoeding, waarvan de omvang nog moet worden vastgesteld, en tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van appellante toegewezen.
Uitkomst: De werkgever wordt aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van buitengerechtelijke kosten.