ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0399
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- mr. van der Velden
- mr. Jurgens
- mr. Walstock
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beveelt vervolging wegens hulp bij zelfdoding ondanks twijfel over bewijs
Op 3 mei 1999 trof klager zijn comateuze zuster aan, die vermoedelijk op 1 mei een overdosis medicijnen had genomen en op 21 mei overleed. Beklaagde had vanaf 15 maart 1999 informatie verstrekt over een zelfdodingsmethode en had meerdere telefonische contacten met de zuster, ook rond het fatale moment.
De officier van justitie besloot aanvankelijk niet tot vervolging over te gaan wegens gebrek aan concreet bewijs dat beklaagde strafrechtelijk relevante hulp had verleend. Klager diende daarop een klaagschrift in bij het hof, dat het beklag behandelde.
Het hof acht aannemelijk dat de zuster de door beklaagde aanbevolen methode heeft gebruikt en dat beklaagde door haar intensieve contacten en het nalaten van contact met behandelaars mogelijk onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook kan het laatste telefoongesprek strafbare hulp bij zelfdoding omvatten.
Gezien de ernst en complexiteit van de zaak oordeelt het hof dat de vraag naar wettig en overtuigend bewijs aan een rechterlijke instantie toekomt. Het hof verklaart het beklag gegrond en beveelt vervolging van beklaagde, met de last aan de officier van justitie om tevens een vordering ex artikel 181 Sv Pro te doen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beklag gegrond en beveelt de vervolging van beklaagde wegens mogelijke strafbare hulp bij zelfdoding.