ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0477
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie beroepskosten bij inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende was het oneens met de door de Inspecteur gecorrigeerde aftrekbare beroepskosten in de aangifte inkomstenbelasting over 1996. Hij had in zijn aangifte een bedrag van fl. 2.507,-- opgevoerd, terwijl de Inspecteur dit corrigeerde naar fl. 597,-- op grond van artikel 37, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende voerde aan dat hij recht had op de hogere vaste aftrek van fl. 2.507,-- of op de werkelijke kosten, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Het Hof stelde vast dat de bewijslast voor een hoger bedrag op belanghebbende rust en dat hij niet slaagde in het leveren van dat bewijs.
Het Hof oordeelde dat de correctie van de Inspecteur terecht was en dat er geen sprake was van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook de stelling dat er sprake was van een beleidswijziging zonder overgangsregeling werd niet bewezen.
Daarom bevestigde het Hof de bestreden uitspraak en handhaafde de aanslag met de gecorrigeerde beroepskosten. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de correctie van de Inspecteur en wijst het beroep af.