ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0478
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag wegens huurwaarde praktijkruimte in eigen woning
Belanghebbende was in 1994 werkzaam in loondienst, terwijl zijn echtgenote een schoonheidssalon dreef in een praktijkruimte die 25% van hun woning besloeg. De woning was privévermogen. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij de economische huurwaarde van de praktijkruimte als inkomsten uit vermogen bij belanghebbende werd belast, omdat hij het hoogste persoonlijke inkomen genoot.
Belanghebbende betwistte deze correctie en stelde dat sprake was van discriminatie tussen zelfstandigen en werknemers, en dat hij ten onrechte tweemaal huurwaardeforfait werd belast. Het Hof oordeelde dat de economische huurwaarde terecht als fictief huurinkomen werd aangemerkt en dat de Inspecteur conform de wettelijke regeling handelde.
Het Hof verwierp het discriminatieverweer, verwijzend naar het verschillende fiscale regime voor winst uit onderneming en inkomsten uit arbeid, en benadrukte dat het niet bevoegd was wetten aan de Grondwet te toetsen. Ook werd geoordeeld dat belanghebbende niet tweemaal werd belast, omdat het woongedeelte en het praktijkgedeelte afzonderlijk forfaitair werden gewaardeerd.
De bestreden uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd waarbij de economische huurwaarde van de praktijkruimte bij belanghebbende is belast.