ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1030
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1994 inzake aftrek buitengewone last voor levensonderhoud zoons
Belanghebbende, een leraar en gescheiden vader, claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1994 een aftrek van fl. 8.920 als buitengewone last voor de levensonderhoudsbijdrage aan zijn twee zoons. De Inspecteur corrigeerde dit bedrag naar fl. 3.110, omdat beide zoons vanaf respectievelijk 1 maart en 27 juni 1994 voldoende eigen inkomsten hadden om in hun levensonderhoud te voorzien.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze correctie, stellende dat de Inspecteur onterecht handelde en dat hij op grond van vertrouwen mocht uitgaan van de oorspronkelijke aanslag. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zijn zoons in belangrijke mate van hem afhankelijk waren, zoals vereist voor aftrek van buitengewone lasten.
Verder stelde het Hof dat aan een voorlopige aanslag tot teruggaaf in de regel geen in rechte te beschermen vertrouwen kan worden ontleend, en dat de fiscale toelichting en folder slechts informatief zijn en geen toezeggingen bevatten. Het Hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1994 en wijst het beroep van belanghebbende af.