ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1197
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- De Kok
- De Groot-van Dijken
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kort geding over opschorting betaling wegens te late oplevering appartement
In deze zaak staat centraal of [geïntimeerden] gerechtigd zijn een bedrag van f 40.836,25 aan [appellante] op te schorten wegens overschrijding van de bouwtijd van een appartement. De bouw zou binnen 350 werkbare dagen na aanvang op 2 april 1998 gereed zijn, maar volgens [geïntimeerden] is de oplevering met 130 dagen vertraagd.
De president van de rechtbank Breda heeft in kort geding geoordeeld dat [geïntimeerden] de betaling mogen opschorten totdat in een bodemprocedure het exacte bedrag definitief is vastgesteld. Tevens is [appellante] veroordeeld tot oplevering en terbeschikkingstelling van het appartement, met een dwangsom bij niet-naleving.
[Appellante] voerde hoger beroep aan tegen dit vonnis, onder meer met het verweer dat de president onbevoegd was vanwege een arbitragebeding en dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was. Het hof oordeelt dat het gebrek in de dagvaarding is hersteld en dat de president bevoegd was gezien de spoedeisendheid en aard van het geschil.
Het hof stelt vast dat de berekening van onwerkbare dagen door [geïntimeerden] op juiste gronden is gebaseerd en dat de nieuwe berekening van [appellante] onvoldoende aannemelijk maakt dat de schadevergoeding onredelijk is. Daarom worden de grieven van [appellante] verworpen en het vonnis van 28 juni 2000 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [geïntimeerden] gerechtigd zijn betaling op te schorten wegens te late oplevering.