ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1325
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-Van Dijk
- Smeenk-Van der Weijden
- André de la Porte
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring merkregistratie EURO wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en kwade trouw
Deze zaak betreft het hoger beroep van [appellant] tegen een vonnis waarin de rechtbank de merkregistraties van het woordmerk EURO gedeeltelijk nietig verklaarde wegens kwade trouw. De staat der Nederlanden had gevorderd dat alle inschrijvingen van het merk EURO, waaronder voor muntstukken, waardepapieren, speelgoedgeld en vervoermiddelen, nietig zouden worden verklaard.
Het hof oordeelde dat het woordmerk EURO geen onderscheidend vermogen bezit omdat het een algemeen gangbare aanduiding is die verwijst naar Europa, en dat het depot te kwader trouw was gedaan. Dit leidde tot nietigverklaring van het merk voor alle betrokken warenklassen, waaronder ook speelgoedgeld (klasse 28), wat eerder door de rechtbank was uitgesloten. Daarnaast werd het depot van 3 juli 1997 voor vervoermiddelen (klasse 12) nietig verklaard omdat dit geen geldig depot meer betrof.
De vordering van appellant tot verklaring van onrechtmatigheid jegens de staat werd afgewezen. Het hof veroordeelde appellant tot het schrappen van de merkregistratie binnen zeven dagen na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest en tot betaling van de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest bevestigt het belang van onderscheidend vermogen en goede trouw bij merkregistraties, vooral bij algemeen gebruikte termen als EURO.
Uitkomst: Het woordmerk EURO wordt nietig verklaard voor alle betrokken warenklassen en appellant wordt veroordeeld tot schrapping van de inschrijving en betaling van proceskosten.