ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1361
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Harmsen
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding aan verzoekster na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Verzoekster vroeg vergoeding van kosten op grond van artikel 591 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het hof stelde vast dat de strafzaak onder het genoemde parketnummer het laatst door dit hof werd vervolgd en eindigde zonder straf of maatregel.
Het hof overwoog dat het Wetboek van Strafvordering geen recht geeft op schadevergoeding en dat ook het Europees recht geen recht op schadevergoeding biedt in deze context. Wel achtte het hof op grond van billijkheid gronden aanwezig om een vergoeding toe te kennen voor de gemaakte kosten.
Na beoordeling van de ingediende nota's en de aard van de werkzaamheden kende het hof een vergoeding toe van in totaal fl. 25.174,--. Het meer- of anders verzochte werd afgewezen omdat bepaalde kosten niet als billijk werden aangemerkt of als bovenmatig werden beschouwd.
De beslissing werd uitgesproken door mr. Harmsen namens het hof op 23 april 2001.
Uitkomst: Verzoekster wordt een vergoeding van fl. 25.174 toegekend voor gemaakte kosten na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging.