ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1891
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onroerend karakter vakantiebungalow en grondgebruik onder Wet WOZ
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of een vakantiebungalow en de onderliggende grond als onroerende zaak in de zin van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) konden worden aangemerkt. Het hof baseerde zich op het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 1997 en de bepalingen van artikel 3:3 van Pro het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat gebouwen duurzaam met de grond verenigd zijn indien zij bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven.
De woning was voorzien van een fundering, aangesloten op nutsvoorzieningen en bestemd als vakantiebungalow, wat volgens het hof de conclusie rechtvaardigde dat deze duurzaam met de grond verenigd was. De belanghebbende voerde aan dat een overeenkomst met een vennootschap waarin geen recht van opstal werd verleend, in de weg stond aan deze kwalificatie, maar het hof oordeelde dat dit niet afdoet aan het onroerend karakter van de woning.
Voorts stelde het hof vast dat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen gebruik had van de 300 m2 grond die bij de woning hoorde. De ambtenaar had de waarde van de woning inclusief deze grond correct vastgesteld. Het hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak waarin de waarde was vastgesteld op ƒ 53.000,-.
De proceskosten werden niet aan een van de partijen toegewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan en de belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak en het instellen van beroep in cassatie.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vakantiebungalow onroerend is en het gebruik van 300 m2 grond terecht is betrokken bij de WOZ-waardering.