ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1893
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- R.J. Koopman
- M.J.W.M. Ellis
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling vestigingsplaatsfictie en deelnemingsvrijstelling bij D BV
Belanghebbende, een vennootschap met deelnemingen waaronder D BV, voerde beroep aan tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1995 waarbij de Inspecteur D BV als een niet in Nederland gevestigd lichaam aanmerkte en de deelnemingsvrijstelling niet toepaste.
Het geschil betrof de vraag of de vestigingsplaatsfictie van artikel 2 lid 4 Wet Pro Vpb’69 doorwerkt naar de deelnemingsvrijstelling in artikel 13 lid 2 en Pro artikel 28b van die wet. De Inspecteur wilde de aandelen in D BV waarderen op de waarde in het economisch verkeer en de aanslag verhogen, terwijl belanghebbende zich beroept op toepassing van de deelnemingsvrijstelling en een waardering op kostprijsgrondslag.
Het hof oordeelde dat de vestigingsplaatsfictie onverkort geldt voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en dat het standpunt van de Inspecteur, dat de vestigingsplaats moet worden vastgesteld volgens artikel 4 lid 1 AWR Pro, niet juist is. De oprichting van een rechtspersoon naar Nederlands recht heeft reële betekenis en kan niet worden genegeerd.
Daarom vernietigde het hof de bestreden uitspraak en volgde de aangifte van belanghebbende, waardoor de aanslag werd verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 172.410,--. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aanslag en vermindert deze tot een belastbaar bedrag van ƒ 172.410,--.